Spelsoorten.

Vrijspel - Kaderspelen - Bandstoten - Driebanden - Pentathlon - Klassieke fantasie of Artistiek biljart - Mag het eens wat anders zijnAcquit  

Het huidige carambole-biljart kan nog onderverdeeld worden in vier spelsoorten: vrijspel, kaderspel, bandstoten en driebanden. Daarnaast bestaat er nog een vijfde discipline, de klassieke fantasie of artistiek biljart, welke een beetje een buitenbeentje is. Deze wil ik hier allemaal kort belichten en, waar mogelijk in hun historisch kader plaatsen.
Daarnaast zijn er nog tal van andere manieren om je aan de biljarttafel bezig te houden. Er bestaan tal van spelletjes die kunnen zorgen voor een gezellig tijdverdrijf waarvan ik er hier enkele in het kort wil beschrijven.

BullitVrijspel of Libre

Vrij SpelHet Carambole-biljart zou voor het eerst gespeeld zijn rond 1850. Bij het "libre" is het voldoende om met de speelbal de beide andere ballen te raken. Dat was toen, met het bestaande materiaal, al moeilijk genoeg. Eerst speelde men om het punt te maken, later probeerde men zo te spelen dat men het punt maakte en dat de ballen zo kwamen te liggen dat het volgende punt ook gemakkelijk te maken was. Goed geoefende spelers maakten zo soms series van 10 punten.
In 1855 zou de eerste geregistreerde match gespeeld zijn tussen de Amerikaan Phelan en de Fransman Demon. Er werd gespeeld op een tafel van 360 cm op 180 cm voor 3 sets van 100 punten. Phelan werd de winnaar en had een hoogste serie van 9 punten.
Zo lukte het sommige spelers ook om de beide ballen tezamen in één hoek te krijgen en daar dan meerdere punten na elkaar te scoren. Daarom werd in elke hoek een "verboden zone" afgetekend waarin men max 2 punten na elkaar mocht maken zonder dat één van de beide aanspeelballen uit de zone kwam.
Nog later werd, door veel training enerzijds en de verbetering van het materieel anderzijds, de "série américaine" geboren. Het vaderschap hiervan wordt nog steeds door verschillende personen betwist. De mogelijke kandidaten: de Amerikanen Sexton en Schaeffer, de Fransman Berger en de gebroeders Dion uit Canada.
De kunst is de drie ballen bij elkaar te krijgen bij de band. Eenmaal deze positie verkregen kan een geoefend speler, door middel van kleine, fijne stootjes, een grote aantal punten bijeensprokkelen. In het begin spreken we over series van max. 100 punten, door de verbetering van het materiaal noteren we enkele jaren later series van boven de 1000 punten. Al in 1890 werd er een serie van 3000 punten opgeschreven.

Top

Kaderspelen 

Omdat het libre "te gemakkelijk" word en de schijnbaar moeiteloze series langs de band het publiek gauw gingen vervelen, doet het kaderspel zijn intrede. Rond 1880 presenteerde de Fransman Edmond Graveleuse een eerste kaderspel. Het speelvlak wordt hierbij onderverdeeld in vakken en binnen elk vlak mogen er maar een beperkt aantal caramboles gemaakt worden (1,2 of vroeger 3) zonder dat één van beide aanspeelballen het vlak verlaat. Dit eerste kaderspel was een 12 à 15 cm driestootskader. Dit werd later een 21 cm driestootskader. Reeds in 1902/03 zijn er wereldkampioenschappen kader 45/2 georganiseerd.
Tegenwoordig heb je op matchtafel kader 47/2, 47/1 en 71/2, op de kleine tafel wordt kader 38/2 en 57/2 gespeeld.
Bij kader 47/2 en 47/1 (en 38/2 op de kleine tafel) heeft men negen vlakken, waarbij, voor de lagere categorieën, de beperkingen niet gelden in het middenste vlak.
Kader 47/1 of 47/2
Bij kader 71/2 ( en 57/2 op de kleine tafel) heeft men slechts 6 vlakken, hier gelden de beperkingen in elk vlak.
De betere spelers verschuiven hun "serie americaine" naar de kaderlijnen toe. Daarom worden er, voor de hoogste categorieën, nog kleine kaders (ankers) toegevoegd waar de kaderlijnen aan de band komen. Deze vorm van kaderspel wordt dan ook ankerkader genoemd.
Kader 71/1 of 71/2

Top

BullitBandstoten

Bandstoten of DriebandenEen andere manier om het biljartspel wat moeilijker te maken was het invoeren van de bandspelen. Hierbij is de carambole slechts geldig als de speelbal minstens één band raakt, alvorens hij de derde bal raakt.
Deze manier van spelen komt terug in zwang rond 1933. Het zijn vooral belgen die naam maken in het bandstoten, te beginnen met René Vingerhoed (periode 1951-1960), later overgenomen door Raymond Ceulemans (periode 1963-1970) waarna Ludo Dielis de fakkel overnam.

Top

BullitDriebanden

Het is vooral het driebanden dat gekend is bij het grote publiek, misschien wel omdat deze spelsoort het meeste "spektakel" biedt. In deze discipline moet men, alvorens de derde bal te raken, minstens drie banden geraakt hebben.
In de beginjaren is, voor Amerika, Willie Hoppe de grote driebandspeler. Hier in Europa is dit de fransman Lagache. Na de oorlog echter zijn het vooral twee belgen die de fakkel dragen: Eerst René Vingerhoed, daarna Raymond Ceulemans.
Het driebanden is ook de dicipline van het "prof"-circuit dat in 1985 gelanceerd is door het BWA.

Top

BullitPentathlon

Vanaf 1933 wordt er ook pentathlon of vijfkamp gespeeld. Dit is eigenlijk geen aparte discipline maar een kampioenschap waarin alle disciplines voorkomen. Men speelt vrij, band, drieband, kader 45/2 en kader 71/2. Deze kampioenschappen kunnen zowel individueel als voor ploegen.

Top

BullitKlassieke Fantasie of Artistiek Biljart

Daarnaast bestaat er ook nog de Klassieke Fantasie of het Artistiek Biljarten. Dit is een zeer aparte vorm van biljarten waarbij men een aantal vastgestelde figuren moet trachten te maken. Dit zijn allemaal ingewikkelde stoten die veel stootbeheersing vragen en die ook aangepast materiaal vragen.
In 1931 wordt er een eerste proefneming gedaan in de "Klassieke Fantasie" te Vichy met 12 opgelegde figuren. Een jaar later in Rijsel zijn er reeds 48 figuren waarmee 299 punten te verdienen zijn. Vanaf 1935 zijn er 64 figuren te spelen waarmee 416 punten te verdienen zijn.
Na twintig jaar wordt het tijd om wat aanpassingen te doen, bepaalde figuren werden altijd foutloos gespeeld, voor andere figuren klopte de moeilijkheidscoëfficient niet meer. Vanaf nu zijn er 76 figuren te maken met een totaal van 500 punten. Ook noemt deze discipline vanaf nu officieel "Artistiek Biljart".

Top

BullitMag het eens wat anders zijn?

Dit zijn geen officiële disciplines. Hieronder volgen enkele andere manieren om het gezellig te maken rond de biljarttafel. Deze lijst is zeker niet volledig. Een bijkomend voordeel van de meeste van dit soort spelletjes is dat het aantal deelnemers niet beperkt is tot 2 spelers.
Indien U weet heeft van andere spelletjes die bv. bij U in de club worden gespeeld laat het ons "spp_biljart@pandora.be" weten en we zullen dit graag opnemen in deze ljst.

Panaché (in Walonië) Annonceetje) of in W-VL wordt dit ook wel Strontspel genoemd. Er word afgesproken hoeveel caramboles er op een bepaalde wijze moeten gemaakt worden. Vb 5 vrij, 3 over 1 band, 3 over 2 banden, 3 driebanden en 3 losse bandstoten (eerst een band raken). Nu moet men voor dat men stoot aangeven op welke wijze men de carambole gaat maken. De carambole is dan enkel geldig indien hij gespeeld is zoals hij geannonceerd was.

Tien over rood: Men spreekt het aantal te maken caramboles af (10, 15, ...). Iedere speler speelt met dezelfde speelbal. Elk punt moet gemaakt worden over rood, dus de rode bal moet als eerste geraakt worden door de speelbal.

Spel met vier ballen: Hier gebruikt met naast de 3 normale ballen ook nog een vierde (blauwe) bal. Ook hier spelen alle spelers met dezelfde speelbal. Maakt men een carambole door de witte bal en de rode OF blauwe bal te raken krijgt men 1 punt, een carambole op de rode EN blauwe bal levert 4 punten op en indien men erin slaagt een carambole te maken op alle 3 de ballen verdient men 20 punten. Weer spreekt men op voorhand af naar hoeveel punten men speelt (100, 150, 200, ...). Een extra variant is dat men juist op dit aantal moet eindigen, vb men speelt naar 100 punten, iemand heeft 90 punten en heeft in zijn huidige reeks reeds 8 punten. Indien hij nu een carambole maakt op rood en blauw zou hij 4 punten bijkrijgen, zo komt hij echter op 102 dus word de laatste reeks niet geteld (hij blijft op 90).

Kegeltje: Men spreekt het aantal te maken caramboles af (10, 15, 20). Er kan worden afgesproken welke discipline men speelt, dit misschien naar de kunde van de deelnemers. Meestal wordt dit spel overband gespeeld, dit om het geheel wat moeilijker te maken. Indien een speler het kegeltje omver speelt, raken mag, verliest deze speler al zijn gemaakte punten. Degene die het eerst het afgesproken totaal bereikt wint het spel.

Top

 Oorspronkelijke bron: Biljart een sport voor iedereen
Voor nog meer info over spelsoorten kijk ook eens op http://users.skynet.be/soconiphin/biljart.html